Ik volg sinds zes jaar het oerdieet ofwel paleo vanwege een lichte intolerantie voor gluten en lactose. Mijn man heeft dat ook, dus wel zo gemakkelijk. Paleo is nu helemaal hip en trendy. Steeds meer vriendinnen en kennissen stappen erop over. Vooral die personen boven de vijfenveertig. Want elk jaar komt er vanaf die leeftijd weer ongemerkt een kilootje of twee bij. Op de verkeerde plaatsen. Helemaal als je, zoals ik, van koken en bakken houdt.

En op een gegeven moment wordt het dikker worden irritant – namelijk bij elke vijf kilo meer. Vijf kilo is ongeveer een kledingmaat verschil en dat wringt dan – letterlijk en figuurlijk. En moet je wat gaan doen, want je wilt niet richting ouderdom diabetes, zoals bij iedereen in mijn moeders familie omdat ze allemaal veel te veel aten. Bovendien wil je niet te veel uit proportie groeien. Om het dichtgroeien tegen te gaan en het lijf soepel te houden, sport ik daarom bijna elke dag. Sporten is niet alleen noodzakelijk voor je lijf, maar kan ook zorgen voor sociaal contact en gezelligheid. Ik geniet van beiden. De nieuwe levensstijl was even schakelen maar bevalt me prima. 

Ik let ook op mijn gewicht omdat ik anders mezelf voor de voeten loop. Letterlijk en figuurlijk. Mijn man en ik wandelen namelijk graag, het liefst in de bergen. Laatste interessante wapenfeit: Mount Olympus, Griekenland. Elke kilo te veel is een belasting voor je lichaam, helemaal als je ruim 2900 meter de lucht in moet. Stel je je overgewicht voor in de vorm van liters melk. Stop die in een mentaal rugzakje. En ga daar eens mee lopen de hele dag. Nog betere oefening: stop echte liter pakken melk (of water) in een rugzak en sleep die een dagje mee. Hoe bevalt dat?

Elke onnodige liter melk in mijn mentale en echte rugzak maakt mijn wandeling onprettiger. Want ik sleep me een ongeluk aan onnodige ballast mee, afgezien van mijn normale bagage. Hoe meer ik met mijn rugzak reis, des te minder ik meeneem. Ik heb mijn lesje geleerd, met mijn volgepakte rugzak eiland-hoppend in Griekenland en als pelgrim op de camino naar Santiago de Compostella. Bovendien, tegenwoordig heb ik een eigen rugzak en draagt mijn man niet meer alles. Meneer is wijzer geworden. Balen dus voor mij. Dat heeft mijn inpakbeleid aanzienlijk gewijzigd. En ook mijn visie op elke kilo bagage meer.

Net zoals mijn visie op porties recentelijk een ommekeer heeft gemaakt. Ik heb onder meer een module voedingsleer aan de Open Universiteit gedaan dus ik ken de theorie. Iedereen weet trouwens bijvoorbeeld wel dat vrouwen 500 kilocalorieën minder moeten/hoeven te eten. Maar op de een of andere manier geldt dat niet voor mij. En vind ik dat ik met “slechts” drie maaltijden op een dag net zoveel als mijn man mag eten, want ik neem niet zoveel tussendoor als hij. Klinkt logisch, toch?! Dus ik schep voor mezelf op als de eerdergenoemde bouwvakker.

Mijn man en ik zaten van de week te eten. Alle twee een lekker bord vol, eerlijk verdeeld. Wat te eerlijk kennelijk. Hij keek me aan en zei: Vind je dat nou een goede portie voor een vrouw? Je eet net zoveel als ik. Nou is mijn man zeer fit, zonder een randje vet. Denk aan Daniel Craig die in Casino Royal uit de golven naar het strand banjert. Zoiets, maar dan wat ouder. Ik kijk mijn 007 lichtelijk geïrriteerd aan. Want je moet dus niet aan mijn eten komen. Hij gaat stug door: Je moet vijfhonderd calorieën minder eten dan ik. En dat doe je echt niet op een dag. Ik denk eerst: Doe niet zo flauw. Laat me genieten van mijn eten. Maar eerlijk is eerlijk, hij heeft wel gelijk. Hij is niet voor niets irritant: de waarheid doet pijn. Er volgt daarom slechts een (redelijk mindful) zuchtje, waarna ik zeg: Okay, je hebt misschien een punt, maar ik ben altijd op een goed gewicht. Waarmee ik eigenlijk tegen hem zeg: Houd op met zeiken, ik kom er mee weg, laat me met rust. 

Mijn man is vasthoudender dan een pitbull en heeft moeite met tussen de regels door lezen. Ook nu, het indirect aangegeven kwartje valt niet. Hij is duidelijk van Mars en ik van Venus. Hij herhaalt: Dat is echt geen vrouwenportie, naar mijn uitpuilende bord wijzend. Ik analyseer mijn bord kritisch. Je hebt gelijk, moet zelfs ik toegeven. Ik zal voortaan minder opscheppen. Lichtelijk in paniek denk ik inwendig: hoe ga ik overleven op zo’n klein beetje dan? Ik zie in gedachten zijn vader de keuken insluipen om bij te eten/snacken want mijn schoonmoeder hield hem op een streng dieet. Ze had een gruwelijke hekel aan dikke mensen. Bij ons thuis daarentegen was de koektrommel nooit dicht en was snacken het hoogtepunt van de dag.

Maar dat was vroeger, ik denk aan de berg, de liters melk en besluit een gezond kookboek open te slaan om te kijken of ik daar mijn gelijk kan halen. En ja hoor, het zal ook niet: de (vrouwelijke) schrijfsters gaan eerst in op… portie groottes: voor vrouwen slechts een handje van x terwijl mannen twee handjes mogen. Oh god, waar zijn de feministen gebleven, denk ik redelijk chagrijnig. Heeft hij toch weer gelijk, terwijl ik het eigenlijk natuurlijk wel wist. Maar eten, daar ben ik dol op en daar moet je niet aankomen.

De volgende dag schep ik braaf minder voor mezelf op (en heb extra powerbars in het keukenkastje liggen voor-het-geval-dat). Mijn man kijkt goedkeurend toe. Peinzend zegt hij: Eigenlijk is het vreemd dat bijna niemand dit toepast. Ook in restaurants krijgen vrouwen dezelfde porties. Net zoals er senioren porties zijn zou je eigenlijk vrouwenporties moeten kunnen bestellen. Met aangepaste prijzen. Ik kijk hem verbijsterd aan. Wat een briljant idee, zeg ik. Waarom doet niemand hier wat mee voor zover ik weet? Ik zou altijd een vrouwenportie bestellen in een restaurant, roep ik enthousiast. Want ik vind de voorgerechtjes en toetjes toch het lekkerst en daar houd ik dan meer plek voor over denk ik stiekem erachteraan. 

Ik zeg strijdlustig: Eigenlijk is het de fout van de horeca dat ik mannenporties eet als hoofdmaaltijd. Wij krijgen het fout voorgeschoteld, vrouwen hebben recht op kleinere, en dus ook goedkopere, porties in restaurants. Dat zou eigenlijk gewoon de regel moeten zijn?! Ik ga los en opper enthousiast: Misschien wel een leuk ideetje voor een nieuwe SIRE-campagne in het kader van afvallen en gezonder leven: Vraag in restaurants om kleinere porties. Nee, verbeter ik mezelf, EIS kleinere porties. Ik zie het helemaal voor me. Eigenlijk zijn alle porties te groot, zeg ik dan peinzend. Vroeger aten de mensen kleinere porties heb ik ergens gelezen.

Het voelt prima om anderen de schuld te geven van mijn te grote dagelijkse porties. Mijn man kijkt me veelbetekenend aan en zegt: Begin eerst maar eens thuis je portie aan te passen?! Ik haal mijn schouders op en neem genietend een hap van mijn eten, binnen is binnen. Ik mis de grotere portie nu al. Morgen neem ik een kleiner bord, daar trappen mijn hersenen vast in. 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *