Ze is 65 jaar en zorgt nu al een paar jaar voor haar moeder van 91, die moeilijk loopt maar nog geheel zelfstandig woont. Dus dochterlief gaat drie keer in de week naar haar moeder en doet dan huishoudelijke klusjes. De boodschappen bestelt de dochter wekelijks online en worden bezorgd als ze bij haar moeder is. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat haar moeder zo regelmatig iemand ziet om mee te kletsen. Want op een twee-wekelijks belletje met een schoonzus na, en af en toe een volwassen kleinkind die aanwaait, ziet ze niemand. 

De dochter, die sinds drie jaar niet meer werkt, doet de manterzorg voor haar moeder met liefde vertelt ze. Ook al was vroeger de verstandhouding ronduit slecht te noemen. Haar moeder was niet gemakkelijk, nu zou ze waarschijnlijk met een vorm van autisme worden gediagnotiseerd. Nadat haar vader ruim 10 jaar geleden is overleden is haar moeder milder geworden. En is ook de relatie met de dochter veranderd: moeder is zich meer bewust dat ze zich moet gedragen want anders is ze haar levenslijn kwijt. De dochter zegt (terecht) dat ze zich niet meer laat afbekken of als vuil behandelen, die tijd hebben ze gehad. Ik knik begrijpend en vraag waar ik haar mee helpen. Het klinkt alsof er een goed evenwicht is? 

De dochter zucht en zegt dat het om iets kleins gaat waar ze over blijft malen. Ma loopt nu zo moeilijk dat ze al maanden niet meer met de taxi naar de kapper kunnen. En de kapster werkt niet aan huis. Elke keer dat de dochter het haar doet ziet het er niet uit, terwijl ze het echt probeert. Ze zwijgt gefrustreerd. Ik vraag voorzichtig uit: “Een andere thuiskapster is waarschijnlijk geen optie want je moeder kent haar niet en dat is te stressvol voor haar?” De dochter kijkt me opgelucht aan en zegt: “Precies! Ik ben de enige die het kan en mag overnemen in mijn moeders ogen. Maar helaas ben ik een ramp op dat gebied.”

Lachend zeg ik dat ik dat probleem herken: ook ik heb het haar van mijn moeder een keer gedaan toen ze ergens naartoe moest. Toen ik klaar was, keek mijn moeder in de spiegel, zuchtte diep en zei berustend: “Ik ga wel als Leipe Loetje.” Waarna we alletwee de slappe lach kregen, het haar snel opnieuw wasten en dit keer aan de lucht lieten drogen. Alles beter dan “coupe Loetje”. 

Ze moet lachen om mijn verhaal en is duidelijk blij dat ze niet de enige is die alleen de “leipe loetje look” beheerst. “Maar”, vraag ik, “zou je willen leren om het haar van je moeder netjes op te steken?” “Ja,” antwoordt de dochter, “het lijkt me nog wel geinig ook. Maar ik kan moeilijk de kappersopleiding gaan volgen omdat mijn moeder haar haar niet goed zit.” En ze kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Nee”, zeg ik, “dat lijkt me ook overdreven. Maar de meeste kapsters hebben wel oefenpoppen,” denk ik hardop. “Misschien zou je een uurtje les kunnen nemen in haar opsteken met zo’n pop als oefenmateriaal?” De dochter kijkt me ongelovig aan en zegt: “dat ik daar niet zelf op ben gekomen.” Ik haal mijn schouders op en zeg: “soms heb je gewoon even een frisse blik van iemand anders nodig.” 

Ik krijg twee weken later een appje: de dochter is op de paspop met instructie van de vertrouwde  kapster aan de gang gegaan. Het resultaat mag er zijn: een contente moeder op de bank met netjes gekapt haar en een dochter die er zowaar lol in krijgt. Ik app een opgestoken duimpje en applaudiserende handjes terug. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *