Hij belt me op. Of ik telefonisch open ben ondanks de Corona crisis want hij wil even praten. Zijn stem klinkt gepijnigd. Ik antwoord: “Uiteraard, wat kan ik voor je betekenen?” Hij aarzelt een paar seconden. “Ik zit er een beetje doorheen,” zegt hij dan. “Vertel,” zeg ik slechts.

Dat is niet tegen dovemansoren gezegd: Alles is op zijn kop komen te staan door het Coronavirus. Ja, hij begrijpt dat het voor bijna iedereen wel zal gelden, hij zal echt niet de enige zijn. Ze hadden alles zo goed voor elkaar, zijn vrouw en hij. Hij is sinds drie weken met pensioen. Maar wat een mooi afscheid had moeten zijn viel in het water omdat het werk dicht was vanwege Corona. Zijn laatste werkdag zat hij alleen met zijn vrouw thuis. De werkgever had hem een blos bloemen gestuurd met een aardig briefje erbij, maar het was niet hetzelfde natuurlijk. Zo hadden hij en zijn vrouw zich het afscheid niet voorgesteld na 28 jaar trouwe dienst bij deze werkgever. En de mooie cruise die ze hadden gepland, die ging ook niet door. Nu zaten ze thuis naar elkaar te kijken in plaats van leuk eilanden in het Caribisch gebied te ontdekken. 

Dat was niet alles, ging hij verder. Zijn zoon was twee maanden geleden aangenomen bij een ander bedrijf. Hij zou na de Pasen kunnen beginnen. Leuk, denk je dan als vader. Dat nieuwe bedrijf had zijn zoon onverwachts echter voor de Pasen gebeld om te zeggen dat het niet doorging vanwege Corona. En nu had de zoon dus ineens geen baan meer, maar wel een hypotheek die doorliep en twee kleine kindjes. Niks ‘vrolijk Pasen’ dus. Alles viel grandioos in het water nu. De zoon ging vandaag proberen of hij nog terug mocht komen in zijn oude baan. Zowel de zoon als hijzelf had er echter een hard hoofd in. Ze hadden ook niemand gezien met de Pasen want zijn vrouw heeft hartproblemen en is astmatisch. Als zij ziek wordt dan zijn de rapen helemaal gaar. Hij zwijgt. Ik zwijg met hem mee. 

Ik zeg dan meelevend: “Dat is een heleboel wat je dan ineens voor je kiezen krijgt. Geen wonder dat je er doorheen zit.” “Ja,” zegt hij zachtjes terug, “ik had het me heel anders voorgesteld.” Kan ik dit helpen omdenken voor hem, wat kan hij hier in vredesnaam voor positiefs uithalen? 

Ik vertel dat we meestal worden opgevoed met het idee dat het leven eerlijk is: wie goed doet, goed ontmoet etc. Maar zo werkt het helaas niet in de praktijk. Het leven deelt lukraak klappen uit, zoals nu. En dat je dan terecht boos, verdrietig en teleurgesteld bent, en dat die gevoelens ook bij het leven horen. Het enige dat je meestal kan doen is incasseren en weer door. 

Een van de beste adviezen die ik ooit kreeg toen mij iets vervelend overkwam was: Het leven is chaos: wen er maar vast aan. Dat is nu een van mijn levensmotto’s. Ik raad hem aan dit motto ook toe te gaan passen. Hij herhaalt de zin zachtjes door de telefoon. Ik hoor het hem proeven op zijn tong. 

Ik leg uit dat als je zo in het leven zit, je minder verrast bent als er iets gebeurt. Je weet namelijk dat het elke moment kan veranderen. Dat maakt je psychologisch flexibeler, en kun je je sneller aanpassen en anticiperen. Hij denkt even na en zegt dan: “De snelste aanpasser wint, is het niet?” “Ja”, zeg ik, “volgens Darwin wel. We weten niet wat Corona ons nog verder gaat brengen. Of wat er over een uur gebeurt. We kunnen alleen proberen ons zo snel en goed mogelijk aan te passen. Het is wat het is. En waar we kunnen de lichtpuntjes te blijven zien, of te zijn voor onszelf en anderen.” 

Lichtpuntjes vinden is moeilijk voor hem op het moment, laat staan er eentje te zijn, antwoordt hij. Dat begrijp ik helemaal. Ik leg hem over de telefoon een oefening uit om hierin te oefenen. Hij moet elke avond voor het slapen gaan drie dingen opschrijven waar hij die dag dankbaar voor is geweest. Dat kan iets groots zijn of iets heel kleins, dat maakt niet uit. Hij denkt even na, en zegt: “Ik weet er wel meer dan drie.” “Mooi,” antwoord ik, “dan kan je een top drie kiezen.” De oefening spreekt duidelijk aan. 

Hij zegt terwijl we afscheid nemen: “Ik schrijf vanavond in ieder geval dit gesprek op.” De charmeur. 

Deze column is op vrijdag 24 april 2020 in de Baarnsche Courant geplaatst.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *