Ik loop in de zon in gedachten en ineens hoor ik mijn naam. Ik kijk om. Ik had haar (bijna) niet herkend, zo leuk met het haar anders, lekker gebruind en ontspannen in shorts en T-shirt. Ze zit met een vriendin op een bankje een take-away broodje te eten.

Ze vertelt dat het bedrijf waar ze werkt nog even dicht blijft maar dat ze het contact met de klanten zo goed mogelijk telefonisch onderhouden. Een oudere mevrouw wiens afspraak ze net (weer) had moeten verzetten vanwege de Corona verlenging, was erg verdrietig geweest. De mevrouw had zich er zo op verheugd want ze zag verder niemand. Toen de kennis had gevraagd of de klant het leuk zou vinden als ze de week erop nog eens zou bellen, was die mevrouw helemaal opgefleurd. Dus dat ging ze dan maar gewoon doen. Ik zeg dat ik dat heel lief vind van haar.

De vriendin naast haar zegt vervolgens wat depri: “Nou, ik wilde dat mijn klanten eens zo blij reageerden. Ik ga echt met lood in mijn schoenen naar het werk. Iedereen is echt zo chagrijnig, en niemand houdt zich aan de 1.5 meter afstand.” Ik vraag nieuwsgierig waar ze werkt. Dat blijkt een supermarkt te zijn, en ze vertelt dat ze de vakken niet snel genoeg kan bijvullen, er altijd commentaar is en dat mensen de spullen over haar schouder heen weggraaien. Niemand maakt zich zorgen om haar gezondheid. En al die trieste verhalen die ze te horen krijgt. Ze trekt het zich enorm aan, en ze wil altijd iedereen helpen maar dat kan niet. En dus komt ze elke dag kapot thuis. Gelukkig is ze vandaag vrij en kan ze lekker even chillen met mijn kennis in de zon.

Ik zeg dat ik haar goed begrijp, maar dat je onmogelijk iedereen kan helpen en hun leed kan laten verdwijnen. Het leven is nou eenmaal niet altijd leuk. Helpen door iets van de ander over te nemen of op te lossen zonder dat de ander hier iets voor hoeft te doen is vaak ook niet de (beste) oplossing. Mensen moeten zelf aan de bak en van dingen leren, anders blijven ze hetzelfde doen. Dan denk je dat je iemand redt, maar eigenlijk help je hem dieper de put in. Want de volgende keer denken ze: oh, dat kan ik beter niet doen maar ik doe het toch want het wordt wel weer opgelost voor me.

Daarom, zeg ik, leer ik als coach mensen liever vissen dan ze vis te geven. Want dan zijn ze zelf in staat om dingen op te lossen. Ik vraag of ze wat “vistips” wil leren zodat haar emoties niet meer zo met haar aan de haal gaan. Heel graag, zegt ze.

Ik leg haar onder meer uit dat een gedachte maar een gedachte is, het is niets meer dan een elektrisch vonkje. Die vonkjes produceren 40.000 tot 60.000 gedachten per dag, waarvan ongeveer 70% negatief is. Omdat we ze denken, denken we dat ze waar zijn. Net zoals dat we geneigd zijn te denken dat als iets zwart op wit geschreven staat, het ook waar is. Maar je gedachten zijn eigenlijk net zoals de roddelpers: slechts 5% is waar. De roddelpersen blijven volop draaien ook al roep je hard dat ze moeten stoppen met die onzin te drukken. Mijn eerste “vistip” is daarom: wees kritisch naar wat je denkt en geloof niet alles!

Als tweede “vistip” doe ik een oefening. Ik vraag haar met de ogen dicht eens goed te voelen wat de gedachte “Ik zie op tegen mijn werk” met haar doet. Ze doet al na 2 seconden haar ogen open, zelfs door de zonnebril heen zie ik de tranen in de ogen staan. Het probleem weegt zwaar. Ik zeg gelijk: ”Zo voelt die gedachte dus voor jou. Maar het is “maar” een gedachte. Denk nu eens dezelfde zin maar met ‘ik heb de gedachte dat…’ ervoor. “Dus het wordt dan ‘Ik heb de gedachte dat ik opzie tegen mijn werk’?, vraagt ze. Precies, zeg ik. Ze herhaalt de zin, eerst hardop en daarna een paar keer in haar hoofd zie ik. Dan zegt ze, met een aarzelende lach: “Het voelt gelijk anders, lichter.” “Precies,” zeg ik, “zo creëer je meer afstand.”

En als laatste vistip adviseer ik haar kritisch te kijken naar alles wat ze van zichzelf moet. En vervang dat eens door mogen. Je moet naar je werk, wordt dan je mag naar je werk, leg ik uit. “Oh, maar dat laatste klinkt veel fijner, zegt ze gelijk. Ik zeg met een lach: “En dat is de nu precies de bedoeling. Je mag,” zeg ik met een knipoog, “gewoon eens spelen met de tips en kijk of het je helpt.”

Terwijl ik weer doorloop, roept ze me vragend nog na: “Ik wil trouwens best wel meer leren over hoe ik gelukkiger kan worden?” Ik loop terug en geef mijn kaartje terwijl ik zeg: “Geluk is een bijproduct dat je voelt als je vanuit je normen en waarden leeft, en je doelen nastreeft. Als je steun fijn vindt daarbij, weet je me nu te vinden.”

Ook gepubliceerd in de Baarnsche Courant op 8 mei 2020.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *