Ze kijkt me opstandig aan en zegt: ”Ik heb het volgende probleem. Mijn man en ik zijn sinds vijftien jaar bij elkaar.  Wij hebben geen kinderen. Hij heeft twee dochters uit een eerder huwelijk. Ik heb totaal géén band met zijn twee dochters. Er is gewoon geen klik tussen ons, nooit geweest. Zijn kinderen waren vanaf het begin tegen mij, ik was de “boze stiefmoeder”. Ik ben ook geen moederlijk type, dat helpt misschien ook niet.” Ze is stil en wacht mijn reactie af. Ik knik begrijpend en zeg neutraal: “Niet iedere vrouw heeft de behoefte om moeder te worden of te zijn.” Ze is duidelijk opgelucht dat ik hier niet afkeurend over doe. 

Aangemoedigd gaat ze verder: “Ja, maar niet iedereen begrijpt dat. Het heeft me twee relaties gekost. Die andere twee dachten dat ik er wel “overheen zou groeien” maar dat gebeurde dus niet. Ik wil gewoon zelf geen kinderen. Dat mijn man twee pubers had, vond ik niet geweldig maar ze woonden sowieso vooral bij zijn ex. En toen hij het me vertelde was ik ondertussen al stapelverliefd op hem. Ik heb natuurlijk wel geprobeerd om een goede band op te bouwen met die meiden maar vanaf het begin viel niets in goede aarde. Ik begrijp het natuurlijk wel een beetje, het was een nare scheiding van zijn kant. Ze bleven hem ook maar verwijten maken en na hun 18dealleen langskomen als ze geld nodig hadden eigenlijk. Dat begon hij steeds beter in te zien. Het contact is de laatste jaren steeds minder geworden.” Ik vraag polsend: “Dus dat kwam jou eigenlijk wel prima uit?”

“Ja,” zegt ze gelijk, ”maar nu heeft de oudste sinds vijf maanden een kind, en is alles verander. Hij gaat dan elke week een dag oppassen. En ik moet dan mee.” Ze kijkt me met zo’n sip gezicht aan dat ik niet anders kan dan lachen. “Oh jee,” zeg ik, “zo te zien baal je daar stevig van.” Ze lacht mee, als een boer met een beetje kiespijn. “Ja,” zegt ze, “ik heb niets met baby’s. Je kunt niet met ze praten, niet een spelletje doen…” Ze kijkt me licht vertwijfeld aan en zegt: “Ben ik nou abnormaal?” Ik lach haar bemoedigend toe en haal mijn schouders op terwijl ik zeg: “Wat is normaal? Je weet heel goed wat je wilt en wat je niet wilt. Dat mag toch? Het is jouw leven?” “Maar wat moet ik dan doen nu?,” vraagt ze.

“Heb je het al eens besproken met je man?,” check ik praktisch. Ze denkt even na en zegt dan peinzend: “Nee, niet expliciet. Hij is helemaal dol op zijn kleinkind en blij dat zijn oudste dochter weer meer open voor hem staat.” Haastig voegt ze eraan toe: “En dat gun ik ze allemaal ook echt. Ik wil geen spelbreker zijn.” 

“Dat geloof ik helemaal,” zeg ik. “Maar wat als je nou gewoon eerlijk tegen je man zegt je hem zijn opa-dag heel erg gunt, maar dat het niet echt jouw ding is. En hoe hij het zou vinden om het alleen te doen?” Ze kijkt me aarzelend aan. “Kan ik dat maken?,” vraagt ze. “Tuurlijk,” zeg ik, “als je het op een fijne manier brengt kun je alles zeggen. Zullen we dat anders eens oefenen?” Dat vond ze een heel goed idee. 

Drie dagen daarna belt ze me. Ze heeft het aangekaart bij haar man, zoals we hadden geoefend. Hij reageerde opgelucht, wat ze helemaal niet had verwacht. Omdat hij zoveel van zijn eigen kinderen gemist had door zijn werk vond hij het juist geweldig om zijn kleine oogappel 1 dag helemaal voor zichzelf te hebben. En dan kon hij lekker met de kleine schat gaan fietsen, zwemmen en de hertjes voeren. En hij had best wel doorgehad dat zijn opa-dagje uit haar tenen moest komen en zij er niets aan vond. Hij waardeerde het echter heel erg dat ze was meegegaan voor hem, zeker omdat het best een eind rijden was. Hij had voorgesteld om af en toe haar op zijn opa-dag halverwege bij de sauna af te zetten, voor een verwendagje. Dan konden ze aan het eind van de middag nog even samen de sauna in en wat eten daar. Kijk, daar werd ze nou blij van. En ik dus ook. 

Soms blijkt een probleem eigenlijk helemaal geen probleem te zijn. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *