Ze woont al een poosje alleen met haar twee dochters na een vriendschappelijke scheiding en het begint weer te kriebelen. Ze is toe aan een leuke man in haar leven met wie ze gezellige dingen wil doen, zegt ze stralend. Daarom is ze bij mij want ik help ‘singles weer voluit te leven’, zegt ze, braaf de tekst van die ik hierover geschreven heb herhalend. “Klopt dat?”, eindigt ze hoopvol terwijl ik hoor dat ze nieuwsgierig en wat gespannen haar adem inhoudt.

Ik wacht heel eventjes met antwoorden, en zeg dan: “Ja, dat klopt als een bus. En (met een lach in mijn stem) als je goed gelezen hebt staat er: voluit te leven met én zonder partner! Want er is natuurlijk geen partner-garantie in het leven. De enige met wie je je hele leven samen bent ben jezelf. Zo kun je op een dag de mazzel hebben om een leuke partner tegen het lijf te lopen, en zo heb je er op een dag ineens geen meer omdat je hem of haar niet meer leuk vindt, omdat hij op een ander verliefd is geworden of helaas overleden is of om wat voor reden dan ook. En het “hebben van een partner” is overigens geen automatisch recept voor geluk. Dat heb je gemerkt in je huwelijk, want jullie zijn niet voor niets uit elkaar gegaan denk ik?” Het is even stil en ze zegt dan, wat bedremmeld: “Ja, dat klopt…. Maar ik voel me niet compleet zonder man, ik wil weer gelukkig zijn. En daar heb ik echt een partner voor nodig.” Ik zeg dat ik denk dat ik in dat geval zeker wat kan betekenen voor haar om haar lichter te laten leven en daten – als zij dat ook wil. Dat wil ze en we spreken af. Ze maakt van tevoren een flexibiliteit test die ze me opstuurt.

De eerste sessie vertelt ze over haar verleden en haar huidige situatie. Ze heeft een hechte vriendinnenclub, maar iedereen is getrouwd of woont samen. Zij is de enige die altijd zonder partner komt naar feesten etc. Daar baalt ze echt van en ze voelt zich dan vreselijk alleen en dat gaat haar niet in haar koude kleren zitten, helemaal met Oud en Nieuw was de bom voor haar gebarsten. Ze had zich nog nooit zo eenzaam gevoeld. Vooral nu met het thuiswerken is het toch wel fijn als je een volwassen gesprek kan hebben met iemand en om mee tv te kijken ‘s avonds. Haar kinderen sporten of doen huiswerk – en god weet wat nog meer – op hun kamer. Niets aan dus, die avonden. Tijd voor actie en die leuke kerel weer op de bank. Maar waar die uithingen, zij kwam ze nergens tegen – of ik dat soms wist vraagt ze met een scheve grijns. Ik heb toevallig (?) een lijstje met plekken waar mensen hun partner hebben gevonden bij de hand en we concluderen gezamenlijk dat het inderdaad zelden is bij de bushalte waar zij vaak staat. We moeten alle twee lachen.

Wat me opvalt is dat ze heel stellig is in alles wat ze zegt, zoals eigenlijk ook al uit de resultaten van de test bleek. Ze heeft hele sterke verwachtingen hoe dingen horen te zijn en hoe mensen zouden moeten zijn. Daardoor loopt ze ook hard tegen zichzelf aan, zowel op het werk als privé. Ze vindt overal van alles van, zonder dat ze dit zelf als zodanig ervaart. Als ik eens pols waaraan een partner moet voldoen waarop ze verliefd kan worden dan ratelt er vlotjes een hele lijst uit. Ik geef als huiswerk mee dat ze haar Ideale Partner voor mij mag maken op een A4tje. Ze is heel creatief zegt ze enthousiast, dus deze opdracht is een kolfje naar haar hand. Ze gaat happy de deur uit.

Een week later is ze weer terug. Verontschuldigend vraagt ze of het erg is dat het een A3 is geworden in plaats van een A4 terwijl ze een kleurenposter uit een koker haalt. Ze rolt de poster uit en kijkt me stralend aan. Ik kijk, wat verbluft, naar haar indrukwekkende creatie vol met van foto’s van lichaamsonderdelen zoals ogen, haar en benen, naast foto’s van hobby’s, eten en drinken, banen en teksten zoals “sportief”, “gezelligheid”, “wintersport”. Ik kijk haar aan en zeg even stralend terug: “Je bent de tweede al die er een A3 van heeft gemaakt!” Ze knikt enthousiast terug en legt alles uit wat ze heeft opgeplakt en waarom. Als ze uitgepraat is, ben ik even stil en pak twee plaatjes die ik voor haar poster al omgekeerd naast me had klaarliggen. Als ik ze omdraai verschijnen Sinterklaas en de Kerstman. Ik vraag haar om die links en rechts bij de poster naast de ideale man te plakken en geef haar lijm. Ze doet keurig wat ik vraag. “Kijk eens goed naar je poster. Wat hebben deze drie mannen gemeen met elkaar?” vraag ik dan.

Ze kijkt me verrast aan, en tuurt dan een paar minuten naar de poster. Aarzelend zegt ze dan “Uhh, ze zijn alle drie aardig en vriendelijk?” Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt ze me aan, ‘heb ik het goed?’ is duidelijk de boodschap. Ik zeg, met een even vragend gezicht, “Ja, vast. Maar kun je dat checken? Bestaan ze ook echt?” Ze kijkt mij verbluft aan, en kijkt dan met een scherpe ruk van het hoofd weer naar de poster. Ze schiet in een pijnlijke, wat ongelovige lach.

“Tjemig, wat stom van mij” zegt ze dan wat schaapachtig nu het kwartje hard gevallen is dat haar Prins-op-Papier net zo min bestaat als de Kerstman en Sint. “Nee, hoor, helemaal niet”, zeg ik opgeruimd terug. “Maar zolang je denkt dat er echt iemand bestaat die jij hebt bedacht ga je iedereen die je ontmoet daarmee vergelijken en valt het altijd tegen. Dan geef je niemand eigenlijk een faire kans want je hebt al zoveel eisen van tevoren en niemand heeft dat allemaal in zich. Sterker nog, als je al iemand zou vinden die aan het hele plaatje voldoet en hij doet iets in de praktijk wat je tegenvalt, en dat gebeurt nu eenmaal, dan ben je extra teleurgesteld want in jouw gedachten past dat niet.” Ze denkt hier diep over na. “Dus eigenlijk geef ik nu niemand een faire kans?” “Wat vind je zelf?” vraag ik. Ze zegt schoorvoetend dat haar lat inderdaad heel hoog ligt en als ze al iemand ontmoet eigenlijk al heel snel afhaakt op details. “Wat kun je het beste doen met deze Droomprins?” vraag ik. Ze zucht en zegt wat sip: “Snel vergeten, denk ik.” Ik grijp mijn kans: “Ik stel daarom voor dat je de poster verscheurt en nu door het toilet spoelt. Dat is naast de trap, de eerste deur links.” Ze grijpt instinctief de poster en houdt hem beschermend vast voor haar borst terwijl ze uitroept “Nee, dat is zonde, dat wil ik niet!!”

Ik ben stil en kijk haar aan – zij kijkt mij aan. Ze gaat steeds meer beseffen dat ze vasthoudt aan een illusie en het afscheid nemen hiervan doet pijn. Ik zie het in haar ogen. Maar wil je openstaan voor wat er wel is, dan moet je afscheid nemen van onnodige ballast die je belemmert. Weer wat rustiger zegt ze, “Als ik hem nou eind deze week met een wijntje erbij in de open haard gooi, is het dan ook goed? Dat voelt voor mij veel beter.”

Uiteraard is dat goed. En, woordgetrouw, aan het eind de week krijg ik via de whatsapp een foto van haar papieren prins die in vlammen opgaat in een vuurkorf. De tweede foto is een selfie van haarzelf met een big smile en een glas wijn voor de brandende korf. Ik app een duimpje terug. Als je dan toch je illusies moet laten varen, dan maar leuk, toch?!

Afbeelding van mohamed Hassan via Pixabay


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *